Opent in een nieuw tabblad
Verhaal

Feedback werkt pas als je erover praat – interview met Josine Görtzen

Begin oktober promoveerde Josine Görtzen, technator bij het Varendonck College (Asten), aan de TU Eindhoven. In haar onderzoek keek ze naar een vraag die veel O&O-docenten zullen herkennen: hoe help je leerlingen om na te denken over hun eigen ontwikkeling, en wat hebben docenten nodig om dat met feedbackdialogen en reflectietaken goed te begeleiden? We spraken met haar over haar onderzoek, de belangrijkste inzichten en wat die betekenen voor het technasiumonderwijs.

Onlangs promoveerde je aan de TU Eindhoven. Hoe kijk je terug op die dag?

Het was vooral heel spannend. Je weet van tevoren niet welke vragen je krijgt van de commissie en dat zijn allemaal experts op hun vakgebied. Tegelijkertijd was het ook een heel mooie dag. Familie, collega’s en vrienden waren erbij. Tijdens de verdediging viel op een gegeven moment de spanning van me af en na afloop was er vooral veel opluchting en plezier. Het was een bijzondere afsluiting van een traject waar ik vijf jaar lang in deeltijd aan heb gewerkt.”

Waar gaat je onderzoek over?

“Mijn onderzoek gaat eigenlijk over het verschil tussen wat we vanuit theorie weten en wat er in de praktijk van klaslokalen gebeurt. We weten bijvoorbeeld dat feedback leerlingen kan helpen om te leren en dat reflectie belangrijk is voor hun ontwikkeling. Die twee versterken elkaar: een feedbackgesprek geeft leerlingen iets om op te reflecteren, en reflectie helpt hen om feedback te begrijpen en te gebruiken. In de praktijk zie je ze echter vaak los van elkaar. Feedback is dan eenrichtingsverkeer en reflectieopdrachten blijven oppervlakkig. Ik heb onderzocht wat er gebeurt als docenten leren om feedbackdialogen en reflectie juist samen vorm te geven.”

Wat maakte dit onderzoek bijzonder?

“Feedback en reflectie worden in onderzoek vaak als twee aparte onderwerpen behandeld. Er is veel onderzoek naar feedback en veel onderzoek naar reflectie, maar die werelden zijn tot nu toe weinig met elkaar verbonden. Ze gebruiken andere begrippen, modellen en literatuur. In mijn onderzoek heb ik geprobeerd een brug te slaan tussen die twee vakgebieden. Daarbij heb ik niet alleen gekeken naar wat feedback en reflectie zijn, maar vooral naar hoe docenten deze inzichten kunnen gebruiken in hun dagelijkse onderwijspraktijk.”

Waarom horen feedback en reflectie bij elkaar?

“Feedback geeft je een nieuw perspectief. Iemand anders laat zien wat hij ziet of ervaart. Reflectie helpt je vervolgens om daar iets mee te doen. Wat betekent die feedback voor mij? Waar wil ik aan werken? Wat heb ik daarvoor nodig? Andersom helpt reflectie ook om feedback beter te begrijpen en er gerichter om te vragen. Als je weet waar je staat en wat je wilt leren, weet je ook waar je feedback op nodig hebt. Die twee versterken elkaar. Daarom zou een feedbackgesprek bij voorkeur moeten eindigen met de vraag: wat neem je hieruit mee en wat ga je nu doen?”

Hoe kwam je op dit onderwerp?

“Mijn interesse in dit onderwerp gaat veel verder terug dan mijn promotieonderzoek. Al jaren zag ik in mijn eigen O&O-lessen dat de aandacht vaak uitgaat naar het product: is het ontwerp goed, werkt het prototype, klopt het verslag? Terwijl minstens zo belangrijk is hoe leerlingen samenwerken, keuzes maken en zich ontwikkelen. Ik merkte dat feedbackgesprekken daar niet altijd voldoende aandacht aan besteedden. Dat was voor mij aanleiding om verder te onderzoeken hoe je leerlingen beter kunt begeleiden in hun leerproces.”

Hoe heb je het onderzoek aangepakt?

“Ik ontwikkelde een tweejarig professionaliseringstraject voor tien O&O-docenten. Daarbij liet ik de docenten eigenlijk hetzelfde ervaren als wat zij later met hun leerlingen zouden doen. Ze formuleerden persoonlijke leerdoelen, bespraken videobeelden van hun lessen, gaven elkaar feedback en reflecteerden op hun eigen ontwikkeling. In het eerste jaar lag de nadruk op het voeren van feedbackdialogen. In het tweede jaar kwam daar het begeleiden van leerlingreflectie nadrukkelijk bij. Zo konden docenten stap voor stap ervaring opdoen en hun aanpak in de praktijk uitproberen.”

Wat zagen de deelnemende docenten veranderen?

“Dat zag er voor iedere docent anders uit. Sommige docenten ontdekten dat leerlingen veel meer behoefte hadden aan gesprekken dan zij vooraf dachten. Anderen leerden bewuster observeren, meer open vragen stellen of beter aansluiten bij wat er in een groep speelt. Wat alle deelnemers gemeen hadden, was dat ze bewuster gingen kijken naar hun eigen handelen. Acht van de tien docenten lieten groei zien in het begeleiden van feedbackdialogen. Bij het begeleiden van leerlingreflectie gaven de docenten aan dat hun zelfvertrouwen was toegenomen.”

Je gebruikt het begrip ’teacher readiness’. Wat betekent dat?

“Over de vraag of leerlingen klaar zijn om feedback te ontvangen wordt veel geschreven. Maar tijdens mijn onderzoek ontdekte ik dat dezelfde vraag ook voor docenten geldt. Zijn docenten er klaar voor om zo’n feedbackdialoog te voeren? Een docent moet bijvoorbeeld beschikken over concrete observaties, weten wat hij wil bespreken, aanvoelen wat er in een groep speelt en ruimte hebben om het gesprek goed te voeren. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Al die factoren samen noem ik ‘teacher readiness’: de mate waarin een docent klaar is om zo’n gesprek goed te voeren. In mijn onderzoek bleken die factoren een belangrijke rol te spelen in hoe goed een feedbackdialoog verliep.”

Wat merkten leerlingen daarvan?

“Leerlingen gingen vaker in gesprek over hun leerproces en lieten diepere reflecties zien. Dat betekent niet dat leerlingen reflecteren ineens leuk vinden. Veel leerlingen vinden het nog steeds een uitdagend onderdeel van O&O. Maar ze zien wel beter waarom het nuttig is. Ze begrijpen beter wat ze hebben geleerd, waar ze verder aan willen werken en wat ze daarvoor nodig hebben.”

Wat betekenen deze inzichten voor O&O?

“O&O biedt veel mogelijkheden om leerlingen bewust na te laten denken over hun eigen ontwikkeling. Maar we moeten niet denken dat leerlingen vanzelf kunnen reflecteren. Reflecteren is iets wat je moet leren. Hetzelfde geldt voor docenten. Ook zij hebben tijd, oefening en begeleiding nodig om zulke gesprekken goed te kunnen voeren.

Wat ik daarnaast heb geleerd, is dat feedback die je schriftelijk geeft, het beste eerst met de leerling kunt bespreken voordat je die deelt. Je kunt dan je observaties bij de leerling checken en gebruiken om de feedback te onderbouwen. Ook zie je hoe de feedback wordt ontvangen en welke emoties het oproept, en kun je samen bespreken wat er anders zou kunnen. Zo check je of de feedback is aangekomen en begrepen, en of de leerling weet wat mogelijke vervolgacties zijn. Dat vraagt om een veilige leeromgeving, waarin leerlingen durven te zeggen wat ze ervan vinden. Dan wordt feedback beter bruikbaar.

Zie je ook aandachtspunten voor Technasium?

“Ja. Als de tijd voor O&O onder druk staat, verdwijnen reflectie en procesgesprekken vaak als eerste. Terwijl juist daar veel van het leren plaatsvindt. Als we het belangrijk vinden dat leerlingen zich ontwikkelen als onderzoeker, ontwerper en professional, moeten we ook voldoende tijd creëren om over dat leerproces met elkaar in gesprek te gaan.”

Je combineerde je promotieonderzoek met je werk als technator en O&O-docent. Wat heeft die combinatie je gebracht?

“Juist die combinatie heeft voor mij veel waarde gehad. Wat ik onderzocht, kon ik meteen in mijn eigen praktijk uitproberen. Ik kon ideeën testen, bespreken met collega’s en direct zien wat het opleverde voor leerlingen. Tegelijkertijd bleef ik doen waar mijn hart ligt: lesgeven. De energie die je van leerlingen krijgt, neem je weer mee in je onderzoek, en andersom. Het was soms best intensief. Je hebt te maken met twee werelden die allebei iets van je vragen en je moet regelmatig keuzes maken. Maar juist die verbinding tussen onderzoek en praktijk heeft dit onderzoek sterker gemaakt.”

De promotiebeurs voor leraren maakte het mogelijk om onderzoek en lesgeven te combineren. Die staat inmiddels onder druk. Wat zou het betekenen als minder leraren deze kans krijgen?

“Dan verdwijnen er veel mogelijkheden om praktijk en onderzoek met elkaar te verbinden. Voor veel docenten is promoveren zonder zo’n beurs simpelweg niet haalbaar. De kracht van een lerarenbeurs is juist dat docenten onderzoek kunnen doen terwijl ze verbonden blijven aan hun school. Onderzoeksresultaten komen zo sneller terug in de klas. Ik heb zelf ervaren hoeveel nieuwe inzichten dat oplevert, niet alleen voor mijzelf maar ook voor collega’s en leerlingen. Het zou jammer zijn als minder docenten die kans krijgen.”

Tot slot, welke boodschap wil je de technasiumcommunity meegeven?

“Maak ruimte voor feedbackdialogen en reflectie. Niet als iets wat je erbij doet, maar als onderdeel van het leerproces. Dat hoeft niet veel tijd te kosten. Soms zijn een paar minuten al voldoende om samen stil te staan bij wat iemand geleerd heeft en wat de volgende stap wordt. En vooral: ga er niet vanuit dat leerlingen of docenten dit vanzelf kunnen. Net als andere vaardigheden moet je leren reflecteren door het te doen.”

Meer weten?

Op de website van Josine Görtzen zijn de Nederlandse samenvatting, de presentatie van haar verdediging en het volledige proefschrift beschikbaar. Daarnaast verzorgt zij via de Technasiumacademie de training ‘Feedback die werkt, reflectie die verdiept’ voor onderwijsprofessionals van technasiumscholen die zich verder willen verdiepen in feedbackdialogen en leerlingreflectie. Ook denkt zij graag mee met scholen die dit onderwerp binnen hun eigen onderwijspraktijk verder willen ontwikkelen.

Prof. dr. Nienke Nieveen en Josine Görtzen – foto: Maartje Mulder
Gepubliceerd: 19 oktober 2026
Deel dit artikel