Verhaal

Hoe is het nu met… Tim Drupsteen?

Het verhaal van de toekomstmakers van Technasium

Wat gebeurt er met technasiumleerlingen nadat ze hun Meesterproef hebben afgerond en hun Technasiumcertificaat op zak hebben? In deze rubriek spreken we oud-leerlingen over hun ervaringen, keuzes en loopbaan. Laat je inspireren door hun reis – van Meesterproef tot professionele passie. In deze editie spreken we Tim Drupsteen (30), oud-leerling van het Keizer Karel College in Amstelveen. Tegenwoordig keert hij regelmatig terug naar het Technasium, maar dan aan de andere kant van de tafel: als opdrachtgever.

Meteen verkocht

Hoewel Tim zichzelf destijds niet per se als technisch zag, was hij toch direct enthousiast toen hij in 2008 over het Technasium hoorde.

“Ik vond Technasium gewoon zo leuk klinken. Ik dacht meteen: oké, dit ga ik doen.”

Hij denkt dat hij zonder het Technasium uiteindelijk ook in de techniek terecht was gekomen, maar op een andere manier. Dat het invloed heeft gehad op zijn richting staat voor hem echter wel vast. “Ik denk dat het mij persoonlijk wel de goede kant op heeft gestuurd en dat ik het ook nodig had om een leeromgeving te hebben die wat vrijer was.” Waar veel vakken draaiden om boeken en theorie, kreeg hij bij Onderzoek en Ontwerpen (O&O) de ruimte om fouten te maken en zelf uit te zoeken hoe je oplossingen bedenkt.

Een foto van Tim als scholier die werkt aan een technasiumopdracht.

Een andere manier van denken

Het project dat hij zich nog goed herinnert, was zijn allereerste technasiumopdracht waarbij hij een nieuw verblijf voor de jaguars in Artis ontwierp. “Als iemand mij vraagt wat Technasium is, dan gebruik ik dat project nog steeds als voorbeeld.” Tim legt uit dat het project behapbaar is en laat zien hoe leerlingen leren denken: eerst onderzoeken wat een jaguar nodig heeft, vervolgens eisen opstellen en pas daarna gaan ontwerpen.

Op de vraag wat hem het meest is bijgebleven van het Technasium, antwoordt Tim dat dit de opgedane kennis is. “Je leert heel bewust hoe je stapsgewijs naar een doel werkt. Ik heb een uitdaging en wil naar een bepaald doel toe. Hoe doe ik dat nou eigenlijk? Hoe ga ik systematisch een probleem oplossen?” legt hij uit. Dat dit uniek is, merkt hij nu nog steeds.

“Wanneer ik als opdrachtgever tussen de leerlingen loop, zie ik dat zij heel anders met een probleem bezig zijn dan bijvoorbeeld mijn neefje.”

Zijn plek gevonden in de bouw

Na zijn technasiumtijd wist hij zeker dat hij iets met techniek wilde doen. Tim begon bij de TU Delft met Werktuigbouwkunde en kwam uiteindelijk terecht in de bouw- en installatiesector. Inmiddels werkt hij als assistent-projectleider bij installatiebedrijf A. de Jong Groep. Wat hem daarin aanspreekt, is dat hij kan bijdragen aan iets concreets: “Ik ben er inmiddels achter gekomen dat ik het heel fijn vind om naar iets toe te werken met een tastbaar eindresultaat. Als ik over 10 jaar langs een project rijd, staat het er nog steeds en kan ik aan die tijd terugdenken.”

Hij gebruikt nog dagelijks vaardigheden die hij al op het Technasium leerde: “Wij werken alleen maar met projecten. De ervaring met groepsdynamiek en samenwerken gebruik ik nog steeds.”

Terug naar het Technasium

Bijzonder genoeg keerde Tim later terug naar het Technasium. Niet als leerling, maar als opdrachtgever. Vanuit zijn werk ontwikkelt hij opdrachten voor leerlingen en begeleidt hij projecten. Dat geeft soms een grappig perspectief. “Ik kom de school binnen en denk: leuk, ik ben weer op een middelbare school. En dan zie ik allemaal gespannen koppies, omdat de opdrachtgever er is. Dan herinner ik me ineens weer precies hoe dat vroeger voelde,” lacht hij.

Vooral het begeleiden van leerlingen vindt hij ontzettend leuk. “Ik haal er heel veel voldoening uit om bij te dragen aan de scholing van kinderen,” vertelt hij. Tim ziet ook hoe waardevol het is dat leerlingen binnen O&O mogen experimenteren en mogen falen: “Je moet af en toe een keer onderuitgaan. Dat hoort bij onderwijs.”

Stel die vraag

Als Tim een advies mag geven aan huidige technasiumleerlingen, hoeft hij daar niet lang over na te denken. “Durf te vragen. Wees niet bang om een domme vraag te stellen, want die bestaat eigenlijk niet.,” geeft hij mee. Volgens hem hebben technasiumleerlingen ook een unieke positie. Bedrijven, onderzoekers en professionals laten jongeren vaak graag meekijken achter de schermen: “Een 14-jarige die ergens binnenkomt, mag overal kijken. Hoe ouder je wordt, hoe lastiger dat wordt. Maak daar gebruik van.”

De kunst van onderzoeken

Als advies voor het Technasium, komt hij uit bij de ‘O’ van Onderzoek. Uit eigen ervaring weet hij dat die fase voor scholieren best taai kan zijn. “Op die leeftijd is het ontwerpstuk het leukst,” lacht hij. “Urenlang maquettes bouwen, knippen en lijmen; die tijd kom je wel door. Maar 10 weken lang iets onderzoeken? Daar is de aandachtsboog van een 14-jarige vaak te kort voor.” Hij geeft mee dat het belangrijk is om na te denken over hoe je de kinderen kan uitdagen om iets uit te zoeken en te zorgen dat het leuk blijft.

Een warm plekje

Nu hij zowel als oud-leerling als opdrachtgever betrokken is bij het Technasium, ziet Tim hoeveel waarde het onderwijsconcept heeft. Niet alleen vanwege de technische kennis, maar vooral door de vaardigheden die leerlingen ontwikkelen.

“Als ik het opnieuw mocht doen, zou ik het echt meteen weer doen.”

Ken jij of ben jij een oud-technasiumleerling met een inspirerend verhaal? Laat het ons weten via [email protected] en wie weet verschijn jij in de volgende editie van ‘Hoe is het nu met…’!

Lees hier de vorige editie over Julian Jagtenberg, die mede dankzij zijn tijd bij het Technasium zijn eigen bedrijf heeft opgericht.

Gepubliceerd: 16 juni 2026
Deel dit artikel