Technasium Top Award

TTA 2016: Interview met Vakkanjer Wim van den Hout

Al sinds de allereerste editie van de Technasium Top Award in 2008 is Wim van den Hout tijdens de finaledagen betrokken als Vakkanjer en coacht hij de finalisten tijdens het produceren van hun prototype. In al die jaren moest hij het evenement één keer noodgedwongen overslaan. Ook dit jaar is Wim er weer bij en hij heeft er zin in. “Ik laat me graag verrassen door de ideeën van de leerlingen. Ik verbaas me ieder jaar weer over het hoge niveau."

Hoe ben je betrokken geraakt bij de Technasium Top Award?
“In 2004 deed ik mee aan de Vakkanjer-wedstrijd bij het onderdeel Robotica. Dat was een soort pilot, want dit onderdeel was er toen voor het eerst. We werden Nederlands kampioen en mochten naar het WK in Finland. Omdat dit een pilot was, hadden we het geluk dat we het jaar daarna weer mee mochten doen. De tweede keer werden we weer Nederlands kampioen en mochten we naar het WK in Japan. Daar werden we zevende. Tijdens het eerste jaar van de TTA werd ik gevraagd om coach en begeleider te zijn tijdens de finaledagen en dat ben ik blijven doen. Ook tijdens de Vakkanjer-wedstrijd ben ik ieder jaar betrokken als coach en begeleider.”

Wat doe je in het dagelijks leven?
“Ik ben process engineer bij Holmatro, een bedrijf dat innovatieve hydraulische gereedschappen ontwikkelt voor onder meer hulpverlening en industriële toepassingen. Ik richt me op het optimaliseren van de productie en kijk hoe processen zo gemakkelijk, handig en snel mogelijk kunnen verlopen. Ook houd ik me bezig met het automatiseren van robots.”

Wat zijn je belangrijkste taken als coach tijdens de TTA-finaledagen?
“Mijn hoofdtaak is het ondersteunen bij de productie van de prototypes. Hierbij probeer ik oplossingen te vinden om de prototypes zo goed mogelijk te laten werken. Wat we precies doen, hangt heel erg af van wat de deelnemers hebben verzonnen. Dat kan uiteen lopen van boren en zagen tot 3D-printen en Arduino. Het niveau verschilt altijd heel erg per team. Sommigen hebben al een gedetailleerde tekening van hun prototype terwijl anderen alleen nog maar een wild idee in hun hoofd hebben. Die tweede groep stimuleer ik dan om hun ontwerp verder uit te werken en eerst zelf een tekening te maken.”

Als je terugkijkt op de afgelopen jaren, is er dan één moment dat er echt uitspringt en dat je je nog heel goed herinnert?
“Ja! Er was eens een groepje dat een machine had bedacht om potten open te maken zonder al te veel inspanning. Dat was heel leuk verzonnen, maar het lukte ons niet om de machine te laten werken. We hebben er met drie experts aan gewerkt en er veel te veel tijd aan besteed, dat liep een beetje uit de hand. Maar het is uiteindelijk niet gelukt. De leerlingen hebben toen in de presentatie de basisprincipes laten zien en uitgelegd hoe de machine zou moeten werken. Gelukkig hadden ze wel door dat wij er alles aan hadden gedaan en waren ze niet zo teleurgesteld.”

Hoe is de TTA door de jaren heen veranderd?
“In het begin werd er vooral met mechanische technieken gewerkt en nu verschuift dat steeds meer naar elektrotechniek. Ook doen we steeds meer met 3D-printen. Daarbij kun je met redelijk simpele machines mooie objecten maken. Verder gebruiken we ook Arduino meer, dat steeds gebruiksvriendelijker wordt.”

Wat vind je zo leuk aan de TTA?
“Het oplossingsgerichte spreekt me erg aan; dat het niet altijd gaat zoals je zou willen. Ik zie het als een uitdaging om dan slimme trucjes te verzinnen. Ik verbaas me ieder jaar opnieuw over het niveau van de leerlingen; heel knap wat ze allemaal bedenken en maken! Daarnaast vind ik het gewoon belangrijk dat er initiatieven als de TTA zijn, want daarmee creëer je motivatie voor de techniek bij leerlingen. Sommige mensen denken bovendien ten onrechte dat techniek een laaggeschoolde sector is. Bij de TTA zie je juist de combinatie van een hoog denkniveau en techniek.”