Decentraal eigenaarschap

Een nieuwe fase in de ontwikkeling betekent ook opnieuw nadenken over de eigen organisatie, rollen en eigenaarschap. De komende jaren willen we het zwaartepunt verschuiven van centraal naar meer decentraal eigenaarschap. De adviesraad en de participantenraad gaan een actievere rol vervullen binnen het netwerk. Dat past beter bij de ontwikkelingsfase van het technasium die we nu ingaan en bij het grote, sterke netwerk dat we inmiddels met elkaar zijn. Initiatieven kunnen ‘centraal’, maar ook juist vanuit de scholen, ‘decentraal’, ontstaan. Daarbij zoeken we gezamenlijk naar een goede balans. Wat wordt door wie bepaald? Wie is eigenaar van wat? Dat gaan we met elkaar uitvinden en beslissen. Helder is dat we als netwerk kiezen voor een verschuiving van de balans.

Zichtbaarheid vergroten

Nu Stichting Technasium is uitgegroeid tot een volwassen organisatie willen en moeten we onszelf ook op een passende, professionele manier aan de buitenwereld presenteren en zichtbaar maken wat technasiumonderwijs is en wat het te bieden heeft. Voor het bedrijfsleven bijvoorbeeld, en voor het hoger onderwijs. Ook merken we dat sommige scholen worstelen met hun profilering en met de vraag wat het technasium kan terugdoen voor bedrijven. Het expertisecentrum van Stichting Technasium gaat hierbij een faciliterende rol spelen, in samenwerking met de scholen zelf, met bedrijven en met partnerorganisaties. Op een manier die past bij de lerende netwerkorganisatie die we willen zijn.

Intensieve samenwerking met het bedrijfsleven

Het bedrijfsleven is cruciaal voor het technasiumonderwijs. Zonder samenwerking met bedrijven kunnen er geen projecten en meesterproeven worden uitgevoerd. Hoewel een groeiend aantal bedrijven het technasiumonderwijs weet te vinden, is hier nog een wereld te winnen. Ook hier geldt, net als voor het hoger onderwijs, dat we er gezamenlijk voor moeten zorgen dat we meer kennis gaan delen en van elkaar leren. We gaan toewerken naar een tweezijdige relatie. Zowel vanuit de netwerken als vanuit het expertisecentrum zijn we hier actief mee bezig. Grote organisaties gaan we structureel aan ons verbinden, onder meer door duurzame relaties te ontwikkelen en deze middels convenanten te bekrachtigen.

Verbinding met het hoger onderwijs

De samenwerking met het hoger onderwijs is één van de pijlers van het technasium en bovendien van wederzijds belang. Gezamenlijke doelstellingen zijn bijvoorbeeld het stimuleren van de ontwikkeling van bètatalenten en het aanbieden van een brede studie- en beroepsoriëntatie zodat leerlingen gerichter en gemotiveerder een studiekeuze maken. Stichting Technasium streeft ernaar met zoveel mogelijk ho-instellingen convenanten af te sluiten, om zo structureel te kunnen samenwerken en de beste aansluiting tussen vo en ho mogelijk te maken. Een van de punten die in een samenwerkingsovereenkomst wordt vastgelegd is de rol van het ho bij de meesterproef. De leerlingen worden hierbij begeleid door een expertbegeleider vanuit het ho, om zo een kwalitatieve verdieping in de meesterproef te krijgen.

Groeien kan weer

De afgelopen jaren is het aantal technasia niet gegroeid. (Er werd één nieuw netwerk opgericht in Noord-Holland, om zo een betere landelijke dekking te realiseren.) Die pas op de plaats is een bewuste keuze geweest; een keuze voor een periode van bezinning en borging na jaren waarin het aantal technasia snel is toegenomen. Voor de toekomst kiezen we voor een proces van geleidelijke, weloverwogen groei. Als scholen een actieve bijdrage leveren aan het technasiumonderwijs is toetreding tot het netwerk mogelijk. Er wordt met de netwerken samen een heldere groeistrategie uitgewerkt, op basis waarvan kan worden besloten of in specifieke situaties of regio’s groei verstandig is. Het initiatief om een nieuw technasium aan een netwerk toe te voegen kan door verschillende partijen worden genomen. Bijvoorbeeld door een school of een groep scholen die graag wil aansluiten. Maar ook door een bestaand netwerk dat kansen ziet in uitbreiding. Of door Stichting Technasium zelf die in bepaalde regio’s nieuwe mogelijkheden wil ontsluiten. Ook in de grensregio’s rond Nederland is er belangstelling voor het technasiumconcept.

Een sterk technasiumnetwerk

Sinds de oprichting is het landelijke technasiumnetwerk gegroeid en inmiddels zijn er bijna twintig regionale netwerken. Daarbinnen opereren sterke technasia die weten wat ze doen, waar ze voor staan en die erin slagen om excellent technasiumonderwijs aan te bieden. Een expertisecentrum levert hen daarbij professionele diensten en ondersteuning. Kundige netwerkcoaches begeleiden, coachen en versterken de scholen. Het predicaat technasium staat garant voor kwaliteit en samenwerking.

Investeren in samenwerking

Stichting Technasium is ambitieus en we willen onze ambities waarmaken door mooie, intensieve samenwerking met andere partijen. Zoals het hoger onderwijs, bedrijfsleven en partnerorganisaties. Dit is van doorslaggevend belang voor ons onderwijs en daarmee voor onze leerlingen. Want we kunnen van elkaar leren en elkaar versterken. Om de kansen aan beide zijden beter te benutten en onze werelden meer te verenigen moeten we ons beter in elkaar gaan verdiepen, meer kennis gaan delen en gezamenlijk kennis ontwikkelen. Daarom gaan we actief samenwerking opzoeken, het aantal convenanten uitbreiden en investeren in activiteiten die hieruit voortkomen.

Partnerorganisaties opzoeken

Niet alleen binnen het eigen netwerk, maar ook daarbuiten zoeken we de samenwerking op. Door aansluiting te zoeken bij partnerorganisaties die vergelijkbare doelen nastreven kunnen we nog meer bereiken. Zo is er bijvoorbeeld het Profielenberaad, dat als doel heeft onderling kennis en ervaring uit te wisselen en te laten zien hoe talentbevordering in het voortgezet onderwijs reeds plaatsvindt en zich verder ontwikkelt. Andere voorbeelden zijn Jet-Net, Bèta Challenge, PBT en diverse brancheorganisaties. We zien hen als gelijkgestemde organisaties en netwerken die ons kunnen helpen en verder brengen en vice versa.

Variatie in professionalisering

Tot nu toe worden er jaarlijks vier scholingsweken georganiseerd waar docenten, toa’s en technatoren diverse trainingen volgen. Van hen wordt verwacht dat ze werken volgens het technasiumconcept en alle trainingen zijn hierop gericht. De wereld verandert en er is bij de deelnemers en de scholen behoefte ontstaan aan uitbreiding en vernieuwing van het huidige aanbod. Een voorbeeld is de behoefte aan andere vormen van scholing, in aanvulling op de meer traditionele ‘classroom’-opzet. Veel O&O-docenten participeren bijvoorbeeld in docentontwikkelteams en professionele leergemeenschappen met docenten en onderzoekers uit het hoger onderwijs. Naast de scholingsweken zoals we die nu kennen, komt er ruimte voor alternatieve vormen van professionalisering. Dit kan vanzelfsprekend zowel door het expertisecentrum als vanuit de netwerken of de samenwerkingspartners (hoger onderwijs, lectoraten, bedrijfsleven) geïnitieerd en georganiseerd worden. Samen leren, ontwikkelen en kennisdelen staan centraal.

Kwaliteit is de kern

Kwaliteit is de kern en die kwaliteit zorgt ervoor dat leerlingen binnen een technasium kunnen rekenen op uitdagend en activerend projectonderwijs. Stichting Technasium verzorgt excellent onderwijs, heeft een goede naam, hoge ambities en wil deze te allen tijde waarmaken. We gaan en staan voor uitmuntend bètatechnisch onderwijs voor al onze leerlingen. We leveren professionals af aan het hoger onderwijs en we willen hun toegevoegde waarde zichtbaar maken binnen de samenleving.

(Onder) wijs vernieuwen

Sinds de oprichting in 2003 is Stichting Technasium uitgegroeid tot een sterke, landelijke netwerkorganisatie die bestaat uit meer dan negentig scholen en een expertisecentrum. Technasiumleerlingen op de havo en het vwo maken op een actieve, praktijkgerichte wijze kennis met de werelden van de bètatechniek. Ze worden vroeg toegerust voor een loopbaan in deze sector. Ze leren competenties en vaardigheden die nodig zijn om in (bètatechnische) beroepen succesvol te zijn. Op deze manier draagt het technasium bij aan een verbeterde instroom naar en een bewustere keuze voor bètatechnische opleidingen in het hoger onderwijs. Centraal staat het vak Onderzoek en Ontwerpen, waarbij leerlingen in teamverband projectmatig werken aan actuele bètatechnische opdrachten uit de praktijk. Dit is de kern van het technasiumonderwijs. We hebben daarmee de afgelopen jaren het voortgezet onderwijs verrijkt. De komende jaren staan in het teken van groei en vernieuwing.

O&O +

We zien het technasiumonderwijs graag als ‘kloppend hart’ binnen de scholen en de technasiumgedachte is het waard om verder te worden verspreid. Bij het vak O&O passen leerlingen toe wat ze bij andere vakken leren en bij O&O leren leerlingen wat ze bij andere vakken kunnen toepassen. We zien veel kansen en mogelijkheden om de impact van het technasium verder te versterken en binnen de school te verbreden. De transfer naar de andere vakken gaan we vanuit het technasiumonderwijs zichtbaar maken. O&O-docenten binnen scholen gaan actief de samenwerking aan met andere vakken en onderwijsstromen. De praktijk leert dat deze verbreding niet vanzelf gaat. Competenties, vaardigheden en persoonlijkheidskenmerken van leerlingen zijn binnen de netwerken onderwerp van gesprek. We vinden het belangrijk om de ontwikkeling van technasiumleerlingen in beeld te brengen en hier stappen in te zetten. Het blijft ook de komende jaren een uitgesproken ambitie om ervoor te zorgen dat het technasium binnen de school meer verdieping oplevert voor de bètatechniek dan alleen het vak O&O.

Kwaliteitszorg 3.0

We hechten groot belang aan kwaliteit en daarmee vanzelfsprekend ook aan onze kwaliteitszorgsystematiek. We doen dat regionaal in netwerkverband en landelijk via ontwikkelingsgerichte audits. Ook de systematiek zelf is onderwerp van onderzoek. En ook dan geldt de ontwikkelingsgerichte aanpak: lerend verbeteren en vernieuwen. We toetsen in hoeverre onze kwaliteitszorgsystematiek past bij de tijd en bij de ontwikkelingen in ons netwerk. We bepalen met elkaar of de systematiek aanpassingen nodig heeft en wanneer of hoe we dat gaan vormgeven.

De meerwaarde van technasiumonderwijs

We willen de meerwaarde van het technasiumonderwijs laten zien, zowel kwalitatief als in cijfers. Er is bijvoorbeeld op initiatief van het netwerk Randstad-Noord onderzoek gedaan naar de onderscheidende competenties van de technasiumleerling. Het resultaat van dit onderzoek is een competentiemonitor die de komende jaren in de praktijk wordt getest en verbeterd, in samenwerking met het hoger onderwijs. Daarnaast bestaat er de wens om het effect van het technasiumonderwijs in cijfers uit te drukken, bijvoorbeeld de prestaties van leerlingen in de bètavakken en de keuze voor vervolgonderwijs in de bètatechniek. Naast interpretatie van resultaten van reeds lopend onderzoek door de Universiteit van Maastricht gaat Stichting Technasium verkennen of de eigen kwaliteitsgegevens zo verzameld en aangevuld kunnen worden dat daarover wetenschappelijke analyse mogelijk is. Ook streeft Stichting Technasium na om effectiviteitsonderzoek samen met andere onderwijsprofielen op te zetten, zodat er onderling vergelijking mogelijk is en er gedegen inzicht in de unieke en generieke waarde van het technasium en andere profielen ontstaat.

De formule actualiseren

Krachtige ingrediënten van de technasiumformule zijn de activerende didactiek, de sterke relatie en samenwerking met het bedrijfsleven en het hoger onderwijs, de technasiumwerkplaats en het examenvak O&O. Uiteraard koesteren we deze sterke punten en willen we ze graag behouden. Tegelijk zien we ook ruimte voor verdere ontwikkeling en actualisering van de formule. We gaan mee met onze tijd en met maatschappelijke ontwikkelingen, waarin thema’s als duurzaamheid, privacy en veiligheid belangrijk zijn. Behoeften en wensen binnen ons eigen netwerk en van externe partijen spelen een belangrijke rol. Leerlingen en docenten kunnen inmiddels uit veel O&O-projecten kiezen. We oogsten nieuwe actuele projecten van hoge kwaliteit en we signaleren en markeren projecten die gebruik maken van verouderde technieken. Uitgangspunt is een open houding ten aanzien van verbetermogelijkheden en veranderingen die bijdragen aan actuele onderwijskundige ideeën en visies.

Mogelijkheden voor maatwerk

De kracht van de technasiumformule schuilt in de herkenbaarheid en eenduidigheid ervan. Een sterk en herkenbaar concept is voor het hele netwerk van belang. Aan de andere kant hebben leerlingen en docenten behoefte aan meer flexibiliteit en maatwerk. Veel scholen zijn al aan het experimenteren met het verder ontwikkelen en verbreden van de formule. Hier komen mooie initiatieven en ideeën uit voort, waar het hele technasiumnetwerk van kan profiteren. Denk bijvoorbeeld aan de actuele maatschappelijk georiënteerde hackathons, waar leerlingen samen met bedrijven, hogescholen en universiteiten in korte tijd samen ontwerpen en ontwikkelen, of aan het gebruik van methodes als Scrum. Gezamenlijk gaan we de komende jaren het evenwicht tussen uniformiteit en flexibiliteit bepalen.