Onderweg voor toekomstmakers
In de rubriek Een week met… nemen we je mee in de week van een collega van Stichting Technasium. In deze editie volgen we Wilco Zwennis. Hij is netwerkregisseur van de regionale netwerken Flevoland en Randstad-Noord. Ook draagt hij bij aan de landelijke doorontwikkeling van het technasiumonderwijs.
Voor Wilco is geen dag hetzelfde. Van curriculumontwikkeling en examenprogramma’s tot netwerkoverleggen, leerlingenactiviteiten en nieuwe samenwerkingen: het komt allemaal voorbij in zijn werkweek. En soms brengt zijn werk hem zelfs naar een gala. We liepen een week met hem mee en kregen een inkijkje in het veelzijdige werk achter het technasiumonderwijs.
Waar was je deze week allemaal naartoe onderweg?
“Eigenlijk zat alles wat bij mijn baan hoort deze week er wel in. Ik werkte een ochtend thuis, verzorgde een train-de-trainerbijeenkomst voor de nieuwe teamtraining Technasiumcurriculum, was bij een netwerkoverleg in Lelystad, sprak met een school die belangstelling heeft om technasiumschool te worden en werkte met SLO en scholen aan de voorbereiding op het nieuwe examenprogramma. Daarna volgden onder meer een overleg met de netwerkregisseurs, een masterclassmiddag voor technasiumleerlingen bij Aeres Hogeschool in Almere, een bijeenkomst van de regionale kwaliteitscommissie van Flevoland, een verkenning bij het Mobiliteit en Infrastructuur Testcentrum in Marknesse en het Flevopenningengala. Het was een volle, maar heel typerende werkweek.”
Je begon met een thuiswerkochtend. Waar werkte je aan?
“Vooral aan het uitwerken van de leerlijnen voor Onderzoek & Ontwerpen. Een leerlijn beschrijft wat we verwachten dat leerlingen in verschillende leerjaren leren en beheersen, zodat zij uiteindelijk goed zijn voorbereid op het examenprogramma en het hoger onderwijs. In ons leerlijnenmodel komen vier lijnen samen: de projectenleerlijn, de conceptuele leerlijn, de vaardighedenleerlijn en de ervarings- en reflectieleerlijn. Samen vormen ze als het ware de bouwstenen voor een curriculum. Scholen maken daarin hun eigen keuzes, maar vanuit Stichting Technasium ondersteunen we bij het leggen van deze puzzel.”

Je was die dag ook in Amersfoort voor een train-de-trainerbijeenkomst. Wat gebeurde daar?
Samen met collega Antje van de Technasiumacademie verzorgde ik een train-de-trainerbijeenkomst voor de nieuwe teamtraining Technasiumcurriculum. Die training hebben we ontwikkeld om technasiumscholen te ondersteunen bij het vertalen van hun visie, curriculum en leerlijnen naar de onderwijspraktijk. De training sluit ook aan op de voorbereiding op het nieuwe examenprogramma voor O&O. Tijdens de bijeenkomst namen we de trainers van CPS mee in de inhoud en werkwijze. Mooi om te zien dat iets waar we de afgelopen tijd aan hebben gewerkt nu daadwerkelijk bij scholen terechtkomt. Op 6 oktober verzorgt CPS de eerste teamtraining op een technasiumschool.
Waarom is die training juist nu belangrijk?
“Het examenprogramma gaat over de bovenbouw, maar O&O begint al in de brugklas. Als je weet wat leerlingen aan het einde moeten kunnen en hebben ervaren, moet je vanaf de onderbouw bewust opbouwen. Scholen moeten dus kijken naar hun projecten, leerlijnen en het Programma van Toetsing en Afsluiting, het zogenaamde PTA. Wij ondersteunen hen met voorbeelden, trainingen en straks ook de handreiking bij het examenprogramma. Die handreiking wordt geen strak voorschrift, maar eerder een gereedschapskist waar scholen uit kunnen putten. Het mooie is dat het nieuwe examenprogramma voor O&O niet alleen kijkt naar projecten, maar ook meer aandacht geeft aan natuurwetenschappen, onderzoek, technologie, de maatschappelijke gevolgen daarvan en de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen.”
Een dag later zat je bij het netwerkoverleg Flevoland. Wat is jouw rol daar?
“Mijn werk als netwerkregisseur zit voor een groot deel vóór en na zo’n overleg. Samen met de netwerkvoorzitter bepaal ik de agenda en de werkvormen. We maken de planning, bereiden onderwerpen voor en zorgen dat deelnemers vooraf weten wat er van hen wordt verwacht. Tijdens het overleg zijn de voorzitter en de scholen nadrukkelijk aan zet. Daarna volgen de verslaglegging, acties en werkgroepen. Ik jaag aan, verbind en help om ervoor te zorgen dat ideeën ook echt verder komen. Het netwerk bepaalt het jaarplan en is ook samen eigenaar van de uitvoering. Die samenwerking is essentieel, want ik kan van alles bedenken of partners benaderen, maar het moet wel aansluiten bij wat scholen nodig hebben.”

Je sprak ook met een school die belangstelling heeft voor het Technasium. Hoe verloopt zo’n traject?
“Een belangstellende school begint met een zorgvuldige verkenning. Wat betekent het om technasiumschool te worden, is er voldoende draagvlak en past het in de regio? Wij leggen de stappen en kwaliteitseisen uit en bieden hulpmiddelen voor die verkenning. Als een school daarna een aanvraag doet, worden ook de bestaande technasiumscholen in de regio betrokken. Een nieuwe school moet niet alleen zelf goed kunnen starten, maar ook iets toevoegen aan het regionale netwerk. Daarna volgt een introductieprogramma met begeleiding en ondersteuning. Het is een intensief proces, maar daardoor start een school uiteindelijk wel in een gespreid bedje.”
Wat was voor jou een hoogtepunt van de week?
“De masterclassmiddag bij Aeres Hogeschool in Almere vond ik heel mooi. Bijna 140 leerlingen van verschillende technasiumscholen volgden workshops, bijvoorbeeld over bodemonderzoek, fotografie, visuele storytelling en alternatieve eiwitbronnen. Ze deden vaardigheden op die ze kunnen gebruiken in keuzeprojecten en meesterproeven, en maakten tegelijk kennis met de hogeschool en de opleidingen. De belangstelling was zelfs groter dan de capaciteit. Voor mij kwam daar veel samen: samenwerking tussen voortgezet en hoger onderwijs, inhoudelijke verdieping en direct contact met leerlingen. Daar doen we het uiteindelijk voor.”

Je verkende ook een nieuwe samenwerking in Marknesse. Wat kan die opleveren?
“Op het terrein van het Mobiliteit en Infrastructuur Testcentrum zitten bedrijven en onderzoeksinstellingen rond mobiliteit, luchtvaart en dronetechnologie, zoals het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum. Er vindt daar veel innovatie plaats. Samen met een technator en iemand van de provincie heb ik verkend hoe technasiumleerlingen daarbij kunnen aansluiten. We willen klein beginnen met drie vraagstukken voor groepjes bovenbouwleerlingen. Als dat goed werkt, kan het uitgroeien tot een terugkerend programma met steeds nieuwe opdrachten. Mijn rol is dan vooral om zo’n wereld toegankelijk te maken voor scholen en de juiste mensen met elkaar te verbinden.”

En vrijdagavond zat je ineens op het Flevopenningengala…
“Dat was wel buiten mijn comfortzone. Het was groot en chic, met bedrijven, bestuurders en organisaties uit de hele provincie. Ik was uitgenodigd omdat we intensief samenwerken met de provincie Flevoland. Zo’n avond draait om ontmoeten, netwerken en laten zien waar organisaties mee bezig zijn. Ik voel me eerlijk gezegd meer op mijn gemak tussen leerlingen en docenten, maar dit hoort ook bij mijn rol. Samenwerking begint ermee dat mensen elkaar kennen. Bovendien voelde de uitnodiging ook als waardering voor wat we samen in Flevoland opbouwen.”

Hoe ziet je weekend eruit na zo’n volle week?
“Minstens zo druk. Ik ben secretaris bij een hardloopvereniging en zit in de jeugdcommissie van een wielrenvereniging. Ook daar zijn vergaderingen, trainingen, wedstrijden en activiteiten die georganiseerd moeten worden. Zelf probeer ik nog te hardlopen en mijn zoon wielrent fanatiek, dus in het weekend zijn we vaak onderweg. Veel van wat ik doordeweeks doe, doe ik in mijn vrije tijd eigenlijk opnieuw: organiseren, afstemmen en zorgen dat dingen door kunnen gaan. Ontspanning blijft daardoor wel een aandachtspunt.”

Hoe reis je tijdens zo’n week?
“Voor Marknesse heb ik de auto gepakt, dat was met het OV niet te doen. Maar zo’n negentig procent doe ik met de trein. Verder gebruik ik de OV-fiets, de bus en soms ga ik lopend als de fietsen op zijn. Ik probeer in de trein niet meer voortdurend online te vergaderen. Reistijd is ook verwerkingstijd en je wilt inhoudelijke gesprekken niet in een volle coupé voeren. Dat is een bewuste keuze geworden.”
Hoe kijk je terug op deze week?
“Het was intensief, maar het liet wel goed zien wat mijn werk inhoudt. Veel gebeurt achter de schermen: voorbereiden, mensen verbinden, afspraken uitwerken en ontwikkelingen aanjagen. Op scholen is vaak alleen het uiteindelijke resultaat zichtbaar. Uit elk bezoek en overleg komt bovendien weer nieuw werk voort. Het werk is eigenlijk nooit af, maar het is heel dynamisch en dankbaar. Je bent op allerlei niveaus bezig om scholen, netwerken en het onderwijs verder te helpen.”
Wil je meer verhalen lezen? Lees ook de vorige editie van Een week met…Carlien Schouten waarin zij vertelt over haar week als netwerkregisseur bij Stichting Technasium.
Blijf onderweg voor toekomstmakers
Houd onze website en LinkedIn in de gaten voor de volgende editie van Een week met… en volg de collega’s van Stichting Technasium die onderweg zijn voor toekomstmakers.